Van eigendom naar gebruik
Sommige dingen kunnen niet vaak genoeg gezegd worden. Net zolang tot het niet meer nodig is - omdat iedereen het begrijpt. Nemen we deze keer als voorbeeld een stuk landbouwgrond. De boer die ‘uitgewerkt’ is verkoopt het aan een jonge boer die hem opvolgt. Over 35 jaar herhaalt zich dit: de jonge boer is een oude boer geworden en verkoopt zijn grond aan een jonge opvolger.
En elke keer: moet er een fors bedrag bij de bank geleend worden dat in de loop der jaren moet worden afgelost, en daarbovenop nog een fors bedrag aan rente.
Het is duidelijk dat de boer de aflossing en de rente die hij betalen moet, ergens vandaan moet halen. Dat doet hij door zijn uitgaven zo laag mogelijk te houden (zo min mogelijk betalen aan leveranciers en medewerkers); door de prijs van zijn producten zo hoog mogelijk te maken; en, in veel gevallen, door een manier van landbouw te bedrijven die het hoogste rendement biedt maar schadelijk is voor de bodem, de omgeving, de dieren, de biodiversiteit…
Door grond onverkoopbaar te maken, maken we een einde aan dit zich eindeloos herhalende ‘ongeluk’. Grond moet ‘uit de handel’ genomen worden. In plaats daarvan zou er een ‘gebruiksrecht’ op grond moeten zijn: de boerin of boer die bekwaam is (of zijn) krijgen het tijdelijk recht de grond te bewerken. Dat recht houdt op wanneer zij niet meer verder kunnen of willen.
Veel initiatieven in de landbouw laten het al op verschillende zien: het eigendomsrecht op grond moet plaats maken voor een gebruiksrecht. Dat sluit ook aan op de grondgedachte waarmee dit tekstje ook had kunnen beginnen: het is een wangedachte wanneer we menen, en daarnaar handelen, dat grond iets is dat verhandeld kan worden.
(Deze tekst is afkomstig uit de krant over Sleipnir die we vorig jaar maakten. Die kant kun je nog steeds downloaden: KLIK HIER)